BEKIJK DE MEEST GESTELDE VRAGEN VAN RECHTSBUREAUS

HUURRECHT

Q
Wanneer kan een verhuurder de huur- overeenkomst met een huurder rechtsgeldig beëindigen?
ADe verhuurder kan besluiten om de huurovereenkomst op te zeggen op grond van de volgende gronden, genoemd in het Burgerlijk Wetboek:
– De verhuurder kan aantonen dat de huurder zich onbehoorlijk gedraagt;
– De verhuurder heeft de verhuurde ruimte dringend zelf nodig. De verhuurder is verplicht om de huurder passende vervangende woonruimte aan te bieden indien hij niet kan aantonen dat er voldoende passende woonruimte voorhanden is;
– De verhuurder heeft een redelijk voorstel gedaan voor een nieuwe huurovereenkomst, als de huurder hier niet mee akkoord gaat dan mag de verhuurder het contract beëindigen;
– Vanwege een geldig bestemmingsplan kan het noodzakelijk zijn dat de verhuurde woonruimte vrij komt. dit is het geval inden de verhuurder op de plek van het gehuurde een bestemming wil verwezenlijken;
– Wanneer de verhuurder zijn hoofdverblijf in hetzelfde pand heeft als waar de huurder zijn kamer huurt, dan kunnen “zwaarwegende belangen van de verhuurder van kamers” een gegronde reden voor opzegging van de huurovereenkomst zijn.

Het louter van rechtswege eindigen van een huurovereenkomst betekent niet dat je ook daadwerkelijk je huis uit moet, daarvoor is alsnog een van bovenstaande gronden noodzakelijk.

Q
Mag een verhuurder borg vragen aan zijn huurder?
ADe borg is niet wettelijk geregeld. Er bestaan juridisch gezien geen bezwaren tegen het vragen van een waarborgsom. Je hoort de borg gewoon weer terug te krijgen op het moment dat jij de woning verlaat en de woning nog in goede staat verkeert. Indien dit niet het geval is, kan de verhuurder de schade verrekenen met de betaalde borg. Wanneer de huurder het hier niet mee eens is, kan hij een procedure starten om de borg toch volledig terug te krijgen. De verhuurder moet dan aantonen dat er daadwerkelijk iets aan de ruimte mankeert en dat dit de schuld is van de huurder. Bewijslast ligt bij de verhuurder.

Raad de huurder altijd aan om de borg elektronisch over te maken zodat er bewijs is van het overboeken van de borg.

Een redelijke hoogte van de borg is normaal gesproken gelijk aan één maand huur. Indien de huur laag is, wordt twee maanden huur ook als redelijk gezien. Over het algemeen worden borgsommen van meer dan twee maanden huur niet als redelijk beschouwd.

Q
Wanneer kan de huurder de huur zelf opzeggen?
AEen huurder kan de huur opzeggen middels een aangetekende brief aan de verhuurder waarin hij vermeldt de huurovereenkomst te willen beëindigen. Naast de mogelijkheid van de aangetekende brief, kan de huurder de huur ook opzeggen door middel van een deurwaardersexploot. De huurder moet wel de opzegtermijn in acht nemen.
Q
Wanneer mag iemand zijn kamer of huis onderverhuren?
AJe mag je kamer onderverhuren als je daarvoor toestemming hebt van je verhuurder. Indien de huurder dit toch doet, zonder toestemming, kan de verhuurder via de rechter de huurovereenkomst laten beëindigen. De onderverhuurder is dan ook schadeplichtig aan zijn onderhuurder indien hij de gemaakt afspraken niet meer kan nakomen.

ONDERWIJSRECHT

Q
Wat te adviseren aan een student die bij je komt met een BSA?
AHet beste kan de student zo snel mogelijk een gesprek aanvragen met een studieadviseur, het liefst nog voordat de BSA daadwerkelijk afgegeven is. Indien het daarvoor al te laat is, kan de student een bezwaar indien bij de COBEX (College van Beroep voor de Examens). Dit moet de student binnen 4 weken na ontvangst van de BSA indienen.

De student moet dit bezwaar schriftelijk indienen, het liefst per aangetekende post zodat er bewijs is. In het bezwaarschrift schrijft de student duidelijk waarom hij het niet eens is met de beslissing de BSA op te leggen. Vermeld de concrete feiten.

Is er haast bij geboden, bijvoorbeeld omdat de student verder wil met de studie, dan kan de student een voorlopige voorziening aanvragen. De voorzitter van de COBEX doet dan een voorlopige uitspraak welke bindend is voor de student en voor de onderwijsinstelling. De student kan alleen een voorlopige voorziening aanvragen indien hij officieel een bezwaar heeft ingediend tegen het BSA.

Als de COBEX een uitspraak doet op het bezwaar welke ongunstig is voor de student, kan de student de zaak als laatste nog voorleggen aan overheidsrechter.

Q
Waar moet een rechtsgeldige BSA aan voldoen (controleer dit voor verdere actie)?
AEen BSA moet ten minste aan de volgende eisen voldoen:
– Het BSA mag alleen worden gegeven na goedkeuring van het bestuur van de onderwijsinstelling van de desbetreffende opleiding. Zonder toestemming van het College van Bestuur is het BSA niet rechtsgeldig.
– Het BSA mag alleen worden gegeven indien het alleen de student valt te verwijten dat hij niet heeft voldaan aan de eisen van de gevolgde studie. Het BSA is niet rechtsgeldig indien aantoonbaar is dat de opleiding tekort is geschoten, denk aan niet studeerbaarheid van de opleiding.
– De onderwijsinstelling moet de student duidelijk maken dat zijn behaalde studieresultaten onvoldoende zijn. De student moet de gelegenheid krijgen om de resultaten te verbeteren om de BSA af te wenden.
– De student moet gelegenheid krijgen om te worden gehoord.
– De onderwijsinstelling moet de student voor het begin van de studie kenbaar maken welke studie-eisen gelden bij de betreffende opleiding.
– De persoonlijke omstandigheden van de student moeten worden meegenomen in de afweging om een BSA op te leggen. Dit gaat om persoonlijke omstandigheden welke van invloed kunnen zijn op de studieresultaten en studievoortgang. De student is daartegenover verplicht om zo snel mogelijk te melden dat er omstandigheden aan de hand zijn waardoor er eventueel studievertraging door hem zal worden opgelopen.
Q
Wanneer maakt een student eventueel aanspraak op het profileringsfonds?
ADeze regels verschillen per onderwijsinstelling omdat deze voor een groot deel de voorwaarden voor het profileringsfonds zelf mogen invullen.
Sowieso geldt dat je moet zijn ingeschreven bij de desbetreffende onderwijsinstelling en dat je recht hebt of recht hebt gehad op studiefinanciering.
Meestal kan je een beroep doen op het profileringsfonds in geval van ziekte, zwangerschap, een fysieke of mentale beperking. Maar ook indien je actief bent geweest in een studentenbestuur of in een medezeggenschap. Voor de precieze voorwaarden kan je terecht bij je eigen onderwijsinstelling. Dit staat vaak genoemd in het studentenstatuut.
Q
Mag een student kosteloos een vak/minor volgen aan een andere onderwijsinstelling dan aan die waarvoor de student staat ingeschreven?
AJa, dit is mogelijk. Op de site van DUO (www.duo.nl) staat hierover het volgende: “Tijdens een bachelor of master kan een student vakken volgen van een andere opleiding of een complete tweede opleiding (aan dezelfde of een andere instelling) zolang er nog geen diploma is behaald. Hiervoor kan geen extra collegegeld worden gevraagd naast het wettelijk collegegeld dat al betaald wordt voor de eerste bachelor of master.”
Q
Waar vind ik specifieke informatie over een opleiding?
ADeze informatie staat vak in de OER (onderwijs- en examenreglement). De OER is specifiek voor een bepaalde opleiding van een bepaalde onderwijsinstelling. In de OER staan alle regels waar de onderwijsinstelling zich aan moet houden. Ook staan er de exameneisen waar de student aan die opleiding moet voldoen. Verder staat in de OER uitgelegd hoe de student bezwaar kan maken of een klacht in kan dienen.

ARBEIDSRECHT

Q
Maximale duur WW-uitkering door de overheid.
ADe maximale duur van een door de overheid betaalde WW-uitkering wordt vanaf 1 januari 2016 – 2019 stapsgewijs teruggebracht naar 24 maanden. Voorheen was dit 38 maanden. Elk kwartaal gaat er 1 maand af.
Q
Wat houdt de inkomensverrekening (vervanging urenverrekening) van de WW precies in?
AVanaf 1 juli 2015 gaat de inkomensverrekening in de WW in. Een WW-gerechtigde mag van elke verdiende euro (bruto) altijd 30% zelf houden. Door deze regel loont het voortaan altijd om vanuit de WW weer aan het werk te gaan.
Q
Informatie over het concurrentiebeding na 1 januari 2015.
AVanaf 1 januari 2015 mag de werkgever geen concurrentiebeding meer in het arbeidscontract opnemen. Dit mag alleen indien de werkgever bij de arbeidsovereenkomst gemotiveerd aangeeft dat het gaat om ”zwaarwichtige bedrijfs- en dienstbelangen” en daarom een concurrentiebeding wil overeenkomen. De werkgever moet het belang concreet omschrijven.
Q
Beschikbaar werk aanvaarden.
AVanaf 1 juli 2015 moet de persoon die langer dan een halfjaar in de WW zit, al het beschikbare werk aanvaarden. Het eventuele loonverschil wordt aangevuld vanuit de WW.
Q
De proeftijd die een werkgever en een werknemer met elkaar kunnen afspreken is sinds 1 januari 2015 afhankelijk van de duur van het contract.
AVanaf 1 januari 2015 geldt het volgende omtrent de duur van de proeftijd (7:652 BW):
-Bij een arbeidsovereenkomst van 6 maanden of korter mag geen proeftijd meer worden opgenomen;
-Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van langer dan 6 maanden, maar korter dan 2 jaar, mag de maximale proeftijd 1 maand zijn;
-Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van langer dan 2 jaar mag de maximale proeftijd 2 maanden zijn;
-Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd mag de maximale proeftijd 2 maanden zijn.

Bij verlenging van een tijdelijk contract mag er geen proeftijd worden opgenomen, tenzij er in het contract nieuwe vaardigheden of verantwoordelijkheden van de werknemer worden gevraagd.

Q
Ontslagvergoeding wordt transitievergoeding.
AVanaf 1 juli 2015 wordt de ontslagvergoeding een transitievergoeding. Indien een arbeidsovereenkomst minimaal twee jaar heeft geduurd, hebben de werknemers recht op een transitievergoeding. De transitievergoeding bedraagt een derde maandsalaris per dienstjaar. Vanaf het tiende dienstjaar wordt dit een half maandsalaris per jaar.

Er is echter geen transitievergoeding verschuldigd door de werkgever indien het ontslag het resultaat is van ernstig verwijtbaar handelen of juist nalaten van de desbetreffende werknemer.

– OF –

STEL HIER JE VRAAG